Zoek een persoon

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} personen getoond

Geen personen gevonden

Gustav Holst


geboren: 21 september 1874 te Cheltenham, Gloucestershire
overleden: 25 mei 1934 te Londen

Bijdrage in het Liedboek

505 – In de nacht gekomen (m)

Leven en werk

Holst, zoon van een Engelse moeder en Zweedse vader, wilde aanvankelijk pianist worden, maar moest daar op jonge leeftijd reeds vanaf zien om gezondheidsreden. Op zeventienjarige leeftijd werd hij organist te Wyck Rissington, Gloucestershire. Hij studeerde aan het Royal College of Music in de Britse hoofdstad, onder andere bij Charles Villiers Stanford (1852-1924). Tijdens zijn studie raakte hij bevriend met de Britse componist Ralph Vaughan Williams (1872-1958). Het werd een vriendschap voor het leven. Na afronding van zijn studie in 1898 werd Holst trombonist van het Scottish Orchestra en de Carl Rosa Opera Company. Deze werkervaring kwam hem zeer van pas toen hij zich ging toeleggen op het componeren van orkestwerken.
In 1903 besloot Holst zijn baan als uitvoerend musicus op te geven en zich toe te leggen op het componeren. Omdat hij daarvan niet kon leven, werd hij tevens muziekdocent en later director of music aan onder andere de St. Paul’s Girls’ School te Hammersmith. Ook werd hij director of music aan het Morley College in Londen. In deze functies hield hij zich ook bezig met het muziekonderwijs aan amateurs.
Vanwege zijn drukke werkzaamheden schoot de tijd voor het componeren er nogal eens bij in. Hij werkte bijvoorbeeld maar liefst twee jaar aan The Planets (1914-1916), het orkestwerk waarmee hij zijn naam als componist vestigde. Ondanks zijn volle agenda in Engeland gaf Holst in 1923 ook nog enige tijd les in de Verenigde Staten.
Zijn zwakke gezondheid bracht hem ertoe zijn docentschappen te beëindigen en zich uitsluitend toe te leggen op het componeren. Holst was een veelzijdig en – vooral tussen 1927 en 1933 – een zeer productief componist. Hij componeerde onder meer symfonieën, opera’s, kamermuziek voor uiteenlopende bezettingen en liederen.
De Engelse kerkmuziek bewaart tot op de dag van vandaag drie van zijn melodieën: ‘Cranham’, ‘Taxted’ en ‘Sheen’. Eerstgenoemde melodie wordt in het Liedboek gebruikt bij het kerstlied ‘In de nacht gekomen’ (505).

Auteur: Jan Smelik