Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

387 - Als wij weer het brood gaan breken


Lied bij het breken van het brood

Wim van der Zee
Arie Eikelboom

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 2’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

De even kernachtige als duidelijke herhalingen van het temporele ‘Als wij...’ in de eerste en het vragend-gebiedende ‘leer ons dan ...’ in de derde regel van alle vijf strofen markeren de motieven van dit avondmaalslied op een overzichtelijke manier. Zo worden tot vijfmaal toe de voorwaarden en direct daarop de consequenties voor onze dienst in de wereld genoemd. Immers, de liturgie is niet begrensd door de zondag, maar gaat door heel het wekelijkse bestaan heen.
Achtereenvolgens komen aan de orde (in strofe 1) de consequenties die het breken van het brood – in de eredienst – heeft voor ons leven: ‘met hem te delen / die geen deel van leven heeft’. In strofe 2 staat onze ‘feestwijn’ tegenover de ‘lege beker’ van anderen. De saamhorigheid van wie ‘samen in de kring staan’ (strofe 3) roept ons op tot solidariteit met ‘wie geen hand in handen heeft’. De ‘lofzang’ moet ons de woorden in de mond geven om ‘voor hem te roepen / die geen stem meer over heeft’ (strofe 4). En wie ‘de toekomst vieren’ – en in dat perspectief staat de eucharistie stellig – moet meteen ook zorg hebben ‘voor wie zelfs geen morgen heeft’ (strofe 5).
Een weergaloos helder en krachtig lied, juist vanwege de duidelijke structuur en de directe eenvoud. In enkele strakke lijnen wordt het geloven op maandag getekend aan de hand van de liturgie van de zondag als eerste dag van de week.
Rijmschema: a-B-c-B.


Melodie

Deze d-dorische melodie van Arie Eikelboom heeft een binair ritme. In dit ritme zien we dat vlotte achtste noten een structureel bestanddeel van het lied vormen. In de oneven regels zijn het steeds vier achtsten en in de even regels twee achtsten, het aantal lettergrepen is 8-5-8-7. De vluggere achtsten zoeken een balans om de rust en de eenheid van de melodie te garanderen. In alle regels vinden we dat tegenwicht in de langere noten aan het eind van de regels. Aan het eind van regel 1 is dat een syncope, die overloopt in regel 2; in regel 2 is dat een halve noot met halve rust; in regel 3 een halve gevolgd door een gepuncteerde halve; in regel 4 zijn dat maar liefst drie halve noten. In de ritmevoering springen er enkele zaken uit: allereerst dat de tweede regel niet (zoals de vierde regel) met drie halve waarden eindigt. Waarschijnlijk zal men met het zingen moeten oppassen, dat deze niet spontaan ontstaan. Vervolgens de opvallende halve noot met punt: deze legt een bijzonder zware nadruk op de onbeklemtoonde lettergreep, die ook qua tessituur de aandacht naar zich toetrekt, waar de derde regel mee eindigt. Dit zou bijv. minder zijn, als de halve geaccentueerde noot door een kwartnoot gevolgd werd.

Melodisch bouwt Eikelboom in drie regels van de terts via de kwint naar de octaafnoot van de toonsoort, waarmee het melodisch hoogtepunt dus in de derde regel komt te liggen. Regel 4 bouwt af, leidt terug naar de grondtoon, waarmee de omvang van de wijs op een octaaf is gekomen. De melodie is voornamelijk diatonisch; alleen in de derde regel komen kleine sprongen voor als terts (ook in de overgang van regel 3 naar regel 4) en een maal een kwart.

NB.: In de eerste tot en met de derde druk van het Liedboek is de melodie ten onrechte afgedrukt in een 2/2-maat. Dat moet een tactus minor zijn, dus zonder maatstrepen (red.).  


Media

Uitvoerenden: Ensemble Sonus Vita o.l.v. Anjo de Haan; Pieter Pilon, orgel (bron: KRO-NCRV)