Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

485 - Zeg eens herder, waar kom jij vandaan


D’où viens-tu bergère

Frans kerstlied
Kitty de Graaf
Frankrijk ca. 1800

Tekst

Noëls

In de twaalfde en dertiende eeuw ontstaan in Frankrijk de eerste strofische kerstliederen in de volkstaal. Ze werden thuis gezongen, maar ook wel in de kerk bij kerstspelen. Voor deze zogeheten ‘noëls’ werden doorgaans bestaande melodieën gebruikt, maar er zijn ook wel oorspronkelijke melodieën voor geschreven.

Deze kerstliederen uit de volkscultuur plaatsen de zangers en luisteraars midden in het kerstverhaal, alsof men daar onderdeel van uitmaakt. Noëls kunnen in zekere zin vergeleken worden met de kersttaferelen van de zestiende-eeuwse schilder Pieter Bruegel de Oude (1525/30-1569), die het verhaal van de geboorte van Christus anachronistisch inbedde in het volksleven van zijn tijd en plaats.

Behalve het plaatsen van het kerstverhaal in eigen tijd en omgeving kenmerken noëls zich ook door de nadruk op zintuiglijke waarnemingen en het gebruik van dialogen. Deze ingrediënten treffen we ook in D’ou viens-tu, bergère aan.

Het lied is een dialoog van een of meer zangers met een herderin (bergère), een personage dat eigenlijk vooral in sensueel amoureuze chansons op velerlei wijze bezongen wordt. Aan haar wordt in het eerste couplet gevraagd waar ze vandaan komt, waar zij vervolgens antwoord op geeft. De volgende coupletten openen ook steeds met een vraag aan haar, die ze beantwoordt. Via dit vraag-en-antwoordspel wordt het kerstverhaal verteld.

Herkomst

Zoals bij de meeste geestelijke volksliederen ligt de herkomst van dit Franse kinderkerstlied in het duister. Deze noël staat niet in achttiende-eeuwse verzamelbundels met oude en nieuwe kerstliederen, zoals de vaak heruitgegeven bundels van Simon-Joseph Pellegrin (Cantiques spirituels, Rouen 1701; Noels nouveaux sur les chants des Noëls anciens, et chansons spirituelles, Parijs 1708) en La Bible des Noëls anciens et nouveaux (Saintes 1790). Op grond daarvan zou je kunnen vermoeden dat het lied rond 1800 ontstaan moet zijn.

Een waarschijnlijker mogelijkheid is echter dat de noël, of in elk geval de tekst ervan, ouder is maar pas na 1800 opgetekend werd. Dit lijkt ondersteund te worden door het gegeven dat de Canadese organist, componist en historicus Ernest Gagnon (1834-1915), die zich intensief met het verzamelen van Franstalige volksliederen heeft beziggehouden, in 1865 zeer veel varianten telde. Dat duidt op een oude herkomst en een geschiedenis van overlevering, die in elk geval ruim voor 1800 begint.

De Franse schrijver Henry Poulaille (1896-1980) heeft in zijn bekende verzameling La Grande et Belle Bible des Noëls Anciens (Parijs 1951, blz. 68-70) een paar tekstversies van de noël opgenomen in de afdeling Noëls du XVIIIe siècle.

Hoe dan ook, toen in de negentiende eeuw veel interesse ontstond voor oude geestelijke volksliederen, en dus ook voor de noëls, werden teksten en melodieën – vaak in ‘gefatsoeneerde’ vorm – uitgegeven.

Zo werd het kerstlied D’ou viens-tu, bergère met negentien strofen opgenomen in de verzamelbundel Les Vieilles chansons patoises du Périgord (Périgueux 1888, herdruk: 1903, nr. 81) van Emmanuel Casse en Eugène Chaminade. Hieruit kan niet geconcludeerd worden dat de noël dus uit de Franse landstreek Périgord afkomstig is, want – zoals Casse en Chaminade in hun Au lecteur bénévole schrijven – elders in Frankrijk bestonden veelal varianten van de volksliedjes.
Voor het Engelstalige Canada maakte William McLennan in 1886 een Engelse vertaling: Whence art thou, my maiden, die tot op de dag van vandaag in Engelstalige gebieden bekend is.

De Nederlandse versie die in het Liedboek staat, verscheen in De ivoren luit (Leeuwarden 1938, nr. 4), een bundeltje met vijf uit het Frans vertaalde noëls met pianobegeleidingen van de Leeuwarder organisten Willem Zonderland (1884-1974), Rients Beintema (1893-1976) en George Stam (1905-1995). Het boekje, waarin ook de tekeningen van Henk Krijger een belangrijke plaats hebben, was een uitgave van de ‘Administratie Geestelijke Liederen uit den schat van de Kerk der Eeuwen’ uit ’s-Gravenhage. Dat was een van de organisaties rond de predikant en hymnoloog Hendrik Hasper (1886-1974). Het lied ‘Zeg eens, herder, waar kom jij vandaan’ staat als volgt afgedrukt in de bundel:

Deze Nederlandse versie, inclusief de pianobegeleiding van Reints Beintema, werd in 1951 opgenomen in Kinderen van één vader. Daar wordt vermeld dat de vertaling afkomstig is van ‘K. de Graaf’. Het zal hier naar alle waarschijnlijkheid gaan om Kitty de Graaf (1894-1968).  Zij was sinds 1935 secretaresse van het bureau Administratie Geestelijke Liederen, en is verantwoordelijk voor een aantal vertalingen en melodieën. Vanuit haar functie zal zij aan de redactie van Kinderen van één Vader toestemming gegeven hebben het lied op te nemen, en daarbij tevens vermeld hebben dat de vertaling van haar hand was.

Gezien de grote hoeveelheid varianten die van de Franse tekst bekend zijn, is niet met zekerheid te achterhalen welke Franse versie uit welke bron voor de Nederlandse vertaling gebruikt is. Het is goed mogelijk dat Kitty de Graaf het lied kende zoals het afgedrukt werd in Noëls anciens de la Nouvelle-France (Quebec 1899, 2e druk: 1907, 3e druk: 1913) van Ernest Myrand. Een aanwijzing hiervoor is ook dat de melodienotatie uit dit boek vrijwel exact overeenkomt met die uit De ivoren luit. De tekst luidt bij Myrand:

- D’où viens-tu, bergère,
D’où viens-tu?
- Je viens de l'étable,
De m'y promener;
J'ai vu un miracle
qui vient d’ arriver

- Qu’ as-tu vu, bergère,
Qu’ as-tu vu?
- J’ai vu dans la crèche
Un petit Enfant
Sur la paille fraîche,
Mis bien tendrement

- Rien de plus, bergère,
Rien de plus?
- Sainte-Marie sa mère
lui fait boir’ du lait
Saint-Joseph, son père,
Qui tremble de froid

- Rien de plus, bergère,
Rien de plus?
- Ya le boeuf et l'âne
Qui sont par devant
Avec leur haleine
Réchauffent l’ Enfant

- Rien de plus, bergère,
Rien de plus?
Ya trois petits anges
Descendus du ciel,
Chantant les louanges
du Père Eternel

De eerste vier strofen zijn in De ivoren luit nog enigszins nauwgezet vertaald, maar de laatste twee coupletten zijn óf vrij gedicht óf afkomstig van een andere Franse tekstvariant.

In het Liedboek is de spelling van de Nederlandse vertaling gemoderniseerd en het verouderde woord ‘schreiend’ uit het derde couplet vervangen door ‘huilend’.


Melodie

Bij de tekst van de noël D’ou viens-tu, bergère zijn verschillende melodieën bekend. In de genoemde verzameling van Casse en Chaminade uit 1888 bijvoorbeeld staan twee andere melodieën genoteerd dan die uit het Liedboek en die momenteel algemeen verspreid is. Volgens De ivoren luit dateert die Franse melodie uit circa 1800, maar er zijn geen bronnen die dit gegeven onderbouwen. In de hierboven genoemde verzameling van Poulaille staat een sterk vereenvoudigde versie van de melodie:

De melodieversie die in Nederlandse bundels staat, is veel interessanter. De eerste regel eindigt met dezelfde melodische formule waarmee hij begint: g’-b’-a’ (motief a). Bij nadere beschouwing blijkt de eerste melodieregel ook het materiaal te leveren voor de regels 2 en 3. Het motief a komen we, al dan niet met een opgevulde terts, in alle regels tegen. Ook de neerwaartse kwartsprong g’-d’ is in alle regels aanwezig (motief b), terwijl de identieke opening van de regels 2 en 3 een stijgende kwart omvat (motief b’). De laatste drie maten van deze regels zijn melodisch afgeleid van regel 1 (motief c):

Uitvoering

In Franstalige gebieden wordt een vierregelige versie van de noël  gezongen doordat de eerste regel herhaald wordt. Dan wordt bovendien een rolverdeling aangehouden met twee solisten en een groep zangers. Solist 1 zingt de eerste regel en de groep zangers herhaalt die. De solopartij van regel 2 en 3 wordt uiteraard door de tweede solist (herder) gezongen. Een dergelijke uitvoering is te horen op YouTube: https://goo.gl/1ePJKN.

Auteur: Jan Smelik


Media

Uitvoerenden: koorklas van de Buitenschoolse Koorschool Utrecht o.l.v. Hanna Rijken; Sebastiaan ’t Hart, orgel; Elisabeth ’t Hart, Josephine Pel, Fleur Koot, Eline Paas en Elizabeth Reitsma, solozang