Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

774 - Ik ben, zegt Gij, de eerste en de laatste


Wie wil mag komen

Huub Oosterhuis
Antoine Oomen

Tekst

Een kort gezang dat qua vorm wat moeilijk te plaatsen is. Huub Oosterhuis heeft één bijbelvers (Openbaring 21,6) vrij bewerkt tot een zesregelige strofe, waarbij de oneven regels ieder elf lettergrepen tellen, de regels 2 en 4 tien en de laatste regel slechts vier. De bijbeltekst is door de dichter tot een gebed gemaakt doordat hij tot tweemaal toe de woorden ‘zegt Gij’ invoegt, de eerste keer al direct na de twee beginwoorden ‘Ik ben’.

Deze Godsnaam speelt in de tekst trouwens een cruciale rol: het gezang begint en eindigt ermee. Doordat de melodie van de drie even regels gelijk blijft en de korte tekst van de laatste regel – ‘Ik zal er zijn’ – derhalve over tien noten wordt verdeeld, krijgen deze heilige woorden een bijzondere accentuering.


Melodie

De muziek is geschreven in de toonsoort F-majeur, al eindigt de melodie op de toon g’ (in de vierstemmige zetting gedragen door een C-akkoord). Dit onbestemde einde op de dominant nodigt uit tot herhaling, maar evenzeer is het een open einde, vol verwachting naar de toekomst waarin de belofte waarover we zingen geheel vervuld zal zijn.

De componist vraagt een gedragen tempo (halve noot = 58), zodat de woorden als het ware geproefd kunnen worden. Ook de lange noten aan het begin van de oneven regels dragen bij aan een uitvoering waarin niet achteloos over de woorden heen gezongen wordt.

Wie vertrouwd is met de muziek van Antoine Oomen zal het opvallen dat hij bij deze compositie de voor hem gebruikelijke pianobegeleiding achterwege heeft gelaten en zich heeft beperkt tot vierstemmig koor a capella (waarbij de gemeente eventueel kan meezingen met de sopraanpartij). De redactie van het Liedboek heeft er goed aan gedaan de vierstemmige zetting niet alleen in de koorbundel, maar ook in de begeleidingsbundel af te drukken, zodat de organist de gemeente met de juiste harmonisatie kan begeleiden bij een eenstemmige uitvoering indien er geen vierstemmig koor beschikbaar is.

Dit korte lied verscheen voor het eerst in 2004, in de partituuruitgave Een mens te zijn op aarde. Daarna werd het opgenomen in Verzameld Liedboek (2004, blz. 490). In het Liedboek is het geplaatst in de rubriek ‘Voleinding’ en zal het goed tot zijn recht komen aan het einde van het liturgisch jaar en in iedere viering waarin een of meer overledenen worden herdacht. Maar gezien de eigenlijke titel (‘Wie wil mag komen’) zou je ook kunnen denken aan de viering van het heilig avondmaal, waartoe immers ieder genodigd is.

Auteur: Bert Stolwijk