Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

775 - Dag der dagen, als de tijden


Een eerste kennismaking

In de klassieke Latijnse uitvaartliturgie, het Requiem, komt de sequentie ‘Dies Irae’ voor. Een vertaling hiervan werd opgenomen als gezang 278 in het Liedboek voor de kerken: ‘Dag des oordeels, dag des Heren’. De tekst beschrijft op een huiveringwekkende wijze het laatste oordeel. Dat huiveringwekkende karakter klinkt door in veel Requiem-composities (denk onder andere aan de beroemde requiemcomposities van Mozart en Verdi). De gregoriaanse melodie komen we ook tegen als thema in symfonische werken, zoals de Dance Macabre van Camille Saint-Saëns (1835-1921) en de Symphonie Phantastique van Hector Berlioz (1803-1869).
Deze donkere tekst vol oordeel is in de hedendaagse liturgie nauwelijks meer te gebruiken. Daarom is de vertaling van ‘Dies Irae’ niet in het Liedboek opgenomen. Niek Schuman schreef een alternatief, waarin juist de lichtzijde wordt benadrukt, want die ene dag zal ook de bevrijding zijn van allen die leden en lijden onder onrecht.
‘Dag der dagen, als de tijden / zich tot heil zullen verwijden...’ Woorden van heil mogen klinken over deze dag. Woorden van een ontroerende eenvoud, maar daarom zo treffend. Een waardig lied voor de zondagen van de voleinding, de laatste zondagen vóór de advent.
De dichter gebruikt hetzelfde metrum en rijmschema als de oorspronkelijke tekst, maar de melodie van Fokke de Vries onderstreept de lichtzijde van de tekst: een stralende melodie als één geheel met het melodisch hoogtepunt al in de eerste regel.

Auteur: Pieter Endedijk


Een ander Dies Irae

Niek Schuman
Fokke de Vries

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 5’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

In de klassieke Latijnse uitvaartliturgie werd de sequentie Dies Irae, dies illa gezongen.
Zij riep in schrille middeleeuwse kleuren de dag des Heren op als de zwarte dag van oordeel en verschrikking. Huiver voor die dag van toorn moest de nog levenden bevangen, vrees en ontzag voor wat de dode nu moest ondergaan. Het lied ontstond in de grootse sombere traditie van de middeleeuwse eschatologie.
De bewerking van Jan Willem Schulte Nordholt in gezang 278 in het Liedboek voor de kerken – zeventien strofen van steeds drie regels met opvolgend rijm – eindigt met de regel: ‘Red mij op die dag der dagen’.
Het hier opgenomen ‘Dag der dagen’ wil bewust ‘een ander Dies Irae’ zijn. In rijm en ritme weerspiegelt het nog steeds de middeleeuwse hymne, maar dat is dan ook de enige – zij het zeer sterke! – overeenkomst. Het aantal strofen is teruggebracht tot zeven; maar inhoudelijk komt hier nu juist volop de lichtzijde van de dag des Heren tot uiting: de ultieme rechtsverschaffing aan de ontrechten van alle tijden en van alle plaatsen. Het ‘laatste oordeel’ betekent immers niet alleen de ondergang van alle ongerechtigheid, maar ook en vooral de rehabilitatie van wie daaronder hebben geleden.
Het lied eindigt om die reden met een nadrukkelijke verwijzing naar Pasen; de ‘dag van toorn’ is geworden een ‘dag van erbarmen’, van verheffing van de verdrukten, van herverdelen, van vrede en van verbazen.


Melodie

De melodie van Fokke de Vries lijkt te zijn ingegeven door de zevende strofe: ‘Dag van vreugde en verbazen’. Ze opent met een vitale kwintsprong vanaf de grondtoon d’ en bereikt in de eerste regel al het octaaf d” (hoogtepunt van de melodie). Alle drie de regels hebben hetzelfde ritmische verloop, en bij lezing doemt – ook wat het rijm betreft – bijna vanzelf aan de horizon de klassieke melodie op. Maar deze wijs moet anders, hoopvoller; ze krijgt dan ook de toonsoort D majeur mee, en heeft daarnaast een ambitus van een octaaf (d’-d”).


Media

Uitvoerenden: Schola van de Lutherse Gemeente Ede o.l.v. Annemarie van der Meij; Dick Troost, orgel