Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

802 - Door de wereld gaat een woord


Jan Wit
Wim ter Burg

Tekst

Deze toelichting bij de liedtekst is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 2’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is. De toelichting bij de melodie is nieuw geschreven voor deze website. 

Woorden in de heilige Schrift worden niet alleen maar vrijblijvend gezegd, maar tegelijkertijd ook gedaan. Woorden brengen iets in beweging, zij geschieden. Maar ook het omgekeerde is waar. Gebeurtenissen zonder ‘woorden’ zijn nutteloos, zijn stomme feiten. Het woord van God is het scheppende woord. ‘Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat’ (Johannes 1,3). Zo zegt de dichter hier: ‘Door de wereld gaat een woord / en het drijft de mensen voort’ (in strofe 1 en de afsluitende strofe 6).

In de Hebreeënbrief – hoofdstuk 11 – wordt van de geloofsgetuigen gezegd, ‘dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is’ (11,3), dat Abraham door dat woord geroepen werd: ‘Breek uw tent op, ga op reis / naar het land dat ik u wijs’ (strofe 1). Door het geloof in dat woord

‘… kon het volk [Israël] door de Rode Zee trekken als over droog land’ (Hebreeën 11.29) en zo zijn er velen geweest in onze geschiedenis, die in deze stoet van getuigen verder trokken, als ‘vervreemden’ (refrein), als mensen zonder ‘burgerrecht’ (strofe 2), als mensen met een ‘eeuwig heimwee’ (strofe 3) dat hen aanspoorde. Als pelgrims ‘tegen onrecht, tegen dwang’ (strofe 4). Zo’n pelgrimsreis maakte vaak, dat de moed hen in de schoenen zonk (strofe 5). In je eentje red je dat nooit, daar zijn ‘reisgenoten’ voor nodig die je bij de hand grijpen als dat nodig is. Het doel van de levensreis is de vrede van Jeruzalem. Daarom eindigt het refrein telkens met de bede: ‘Breng ons saam met uw ontheemden / naar het nieuw Jeruzalem.


Melodie

Componist Wim ter Burg heeft de melodie van lied 802 in sterke mate gemodelleerd op het Israëlische volkslied, het alom bekende ‘Hatikwa’, gecomponeerd door Samuel Cohen (1870-1940). Volgens Wikipedia maakte hij dat lied in 1886. We noteren eenzelfde klagende dorische mineurmodaliteit. Verder zijn de melodische overeenkomsten overduidelijk. Zie met name de beginregel van het couplet en de als uit de diepte opstijgende melodische klacht van het refreinbegin, en eigenlijk het refrein als geheel. In combinatie met de tekst van Jan Wit wordt de ‘Hatikwa’-melodie nog veelvuldig gehoord. Zie Op toonhoogte (editie 2005, nr. 169 en editie 2015 nr. 225):
Vanwege bezwaren vanuit joodse gemeenschappen tegen deze melodische combinatie werd Wim ter Burg (1914-1995) gevraagd om een nieuwe melodie te schrijven. Zoals al werd opgemerkt leunt zijn melodie – die van Liedboek 802 dus – nog sterk aan tegen het joodse ‘Hatikwa’. Ze komt voor in menige zangbundel, zoals o.a. Gezangen voor Liturgie (1984/1996, nr. 431), en de Evangelische Liedbundel (1999, nr. 263).

Wim ter Burg maakte nog een tweede melodie, die modaal en melodisch eigenlijk nauwelijks minder beïnvloed is door ‘Hatikwa’. Deze is te vinden in Zingend Geloven 2 (1983, nr. 93) en het Oud-Katholiek Gezangboek (1990, nr. 803):
Het zou een schone taak voor wetenschappers zijn te bepalen in hoeverre deze twee melodieën van Wim ter Burg een bewijs zijn voor de hechte band van een bepaalde tekst met een veel gebruikte melodie, in dit geval de ‘Hatikwa’. In hoeverre komt deze laatste onvermijdelijk om de hoek kijken bij een nieuwe melodische jas? Ontegenzeggelijk spelen de zingende gemeenschap en traditie een grote rol in het proces.

Een en ander blijkt in verband met ‘Door de wereld gaat een woord’ ook uit een vierde melodie die bij deze tekst gemaakt is door de componist Jan Pasveer (1933-2005) en die te vinden is in Filippus Liederenboek (±1965, nr.21). Hoewel hij een nieuwe melodische weg wilde betreden, met name in het ietwat vrolijke couplet, riep ‘Here God, wij zijn vervreemden’ hem in het refrein weer duidelijk tot de ‘Hatikwa’-orde:
Wim ter Burg, de componist van Liedboek 802, ontleende aan ‘Hatikwa’ ook de zuiver-mineur toonaard. Hij bouwde zijn melodie als het ware op als een bloem, die zich langzaam ontvouwt tot haar grootste bloei-hoogtepunt in het refrein om daarna in de laatste regel vrij snel te sluiten. Het geheel speelt zich af binnen de omvang van een octaaf. De eerste twee regels van het couplet liggen in een laag register en blijven binnen een kwint-omvang. De uitbreiding tot een sext via de bes’ van regel 3 brengt de melodie meer in beweging. Deze bes komt alleen op deze plaats voor en vervult als zodanig een belangrijke functie in de aanloop naar het refrein. De vierde regel van het couplet is zowel afsluiting van het couplet als voorbereiding voor de emotie, welke door het refrein wordt opgeroepen. Pas dan wordt de octaafomvang bereikt. Het plotseling levende karakter van het refrein duurt drie regels om daarna snel in te binden naar een neutrale afsluiting.

Uitvoering

Het verdient aanbeveling dit gezang uit te voeren in twee groepen, waarbij de ene groep (kinderen?) de coupletten zingt en de hele gemeente het refrein. De begeleiding van minstens de voorzang zou licht en summier moeten zijn. Te denken valt aan een ritme-groep of een pianist. Het zuiver-mineurelement speelt in de melodie een grote rol. Daarom is gebruik van de noot cis in de begeleiding not done.

Auteur: Anton Vernooij


Media

Uitvoerenden: Projectkoor OAZE o.l.v. Wim Ruessink; Gijs van Schoonhoven (bron: KRO-NCRV)