Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

159b - Nu laat Gij, Heer, mij gaan


De lofzang van Simeon

Nun lässt du, Herr, mich gehn

Kurt Rose
Jaap Zijlstra
Herbert Beuerle

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 8’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

Een vertaling van een tekst van Kurt Rose, ontstaan in 1986. De Duitse tekst luidt:

Nun lässt du, Herr, mich gehn –
was du versprochen hast,
nun ists geschehn;
ich geh in Frieden;

denn meine Augen sahn
das Heil, das Licht der Welt
weit aufgetan
den Volkern allen.

Den Glans der Herrlichkeit
legst du, Herr, auf dein Volk,
und meine Zeit
hast du gesegnet.

Zowel de Duitse tekst als die van de vertaler Jaap Zijlstra blijven zo dicht mogelijk bij de tekst van Lucas 2,29-32, de lofzang van Simeon: ‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan…’
Het lied leent zich voor de kersttijd, voor Oudjaar, en vooral voor Epifanie; ook laat het zich denken in een dienst van woord en gebed bij een overlijden. Daarnaast dient het ook als liturgicum in het avondgebed.


Melodie

In tegenstelling tot het canticum, getoonzet door Willem Vogel (zie Liedboek 159c), draagt dit lied een melancholisch karakter, veroorzaakt door de onder andere hypo-aeolische modus. De tekst van Kurt Rose, in Zijlstra’s vertaling, geeft daar ook alle aanleiding toe. De aeolische modus doet nog het meest denken aan de huidige mineur toonsoort, maar de verhoogde zevende toon (gis’) ontbreekt. De melodie van Herbert Beuerle is warm en intiem. De opgaande beweging van de tweede melodische zin lijkt ingegeven door de tweede strofe (‘hoe Gij een stralend licht / hebt op doen gaan). De eerste twee melodische zinnen moeten op één adem worden gezongen. Men neme het tempo vooral niet te vlug.