Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

386 - Vier met alles wat in je is


Let us talents and tongues employ

Fred Kaan
René van Loenen
Volksmelodie JamaicaDoreen Potter
Linstead market

Tekst

Herkomst en verspreiding

Aan het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw maakte de violiste en muziekdocente Doreen Potter via haar man Philipp Potter, die secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken was, kennis met de lieddichter Fred Kaan. Samen verzorgden zij de bundel Break Not the Circle. Twenty New Hymns die in 1975 verscheen en waarin het avondmaalslied ‘Let us talents and tongues employ’ een plaats kreeg. Dit lied werd de meeste populaire hymn uit dit liedboek, waarschijnlijk mede geholpen doordat het eind 1975 gezongen werd tijdens de Assemblee van de Wereldraad van Kerken in Nairobi.
In Angelsaksische landen raakte het lied wijd verspreid. Het kwam terecht in invloedrijke liedbundels als More Hymns for Today (1980, nr. 148), Hymns Ancient & Modern, New Standard Edition (1983, nr. 481) en de vierde editie van Church Hymnary (2005, nr. 673).
Een Duitse vertaling (van Dieter Trautwein) uit 1983 werd populair, maar voor het Evangelisches Gesangbuch (1994, nr. 229) koos men toch voor de vertaling van Detlev Block uit 1988.
De eerste Nederlandse vertaling verscheen in Hoop voor alle volken. Zingen met partnerkerken (1997, nr. 92). De redactie van het Liedboek was echter niet tevreden met deze versie van André Troost; op haar verzoek maakte René van Loenen een nieuwe vertaling, die in het Liedboek een plaats kreeg. In aansluiting op de lichte, eenvoudige en speelse melodie heeft hij naar eigen zeggen geprobeerd plechtig taalgebruik te vermijden.

Inhoud

Het lied handelt over de betekenis van de avondmaalsviering. Als bijbelreferenties kunnen uiteraard alle gedeelten over het avondmaal uit het Nieuwe Testament genoemd worden, maar daarnaast klinken op de achtergrond ook andere bijbelpassages door, zoals Johannes 6,33 (‘Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld’) en Johannes 15,5 (‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen’).

Het lied is kenmerkend voor het liedoeuvre van Kaan, waarin vaak de relatie gelegd wordt tussen enerzijds het vieren van de liturgie en anderzijds het dagelijks leven. Achtergrond van dit aspect, dat in de Nederlandse vertaling minder nadruk krijgt, vormt Kaans overtuiging dat hetgeen in de liturgie gevierd wordt, daarbuiten handen en voeten moet krijgen. Evenals het eerste lied dat hij schreef, Now let us from this table rise, gaat Liedboek 386 over de betekenis van het avondmaal voor het alledaagse leven.

De oorspronkelijke tekst van het eerste couplet luidt:

Let us talents and tongues employ,
reaching out with a shout of joy:
bread is broken, the wine is poured,
Christ is spoken and seen and heard.

Het woord ‘talents’ verwijst naar ‘gaven van de Geest’ (1 Korintiërs 12) en ‘tongues’ naar de gezongen lofprijzing en naar de letterlijke betekenis van eucharistie (‘dankzegging’). De avondmaalsviering wordt bezongen als een feestelijke gebeuren omdat Christus in het gebroken brood en vergoten wijn gesproken, gehoord en gezien is. De betekenis daarvan wordt in het refrein verwoord: de levende Heer doet de aarde herademen, herleven; er is brood in overvloed. Of in de oorspronkelijke woorden van Kaan:

Jesus lives again,
earth can breathe again,
pass the word around:
loaves abound!

Zoals hierboven al opgemerkt, wordt in de vertaling de betekenis van het avondmaal voor de aarde, de wereld niet expliciet verwoord. Dat geldt ook voor de vertaling van het refrein.
Het tweede couplet benadrukt dat brood en wijn, die tekenen van Christus’ lichaam zijn, de avondmaalsvierders onderling verbinden tot het ‘het lichaam van Christus’ (vergelijk 1 Korintiërs 12). In de oorspronkelijke tekst wordt hieraan gekoppeld dat deze eenheid aanzet tot een leven waarin mensen anderen tot zegen zijn en hun liefde in woord en daad uiten:

Christ is able to make us one,
at his table he sets the tone,
teaching people to live to bless,
love in word and in deed express.

Daarop borduurt het derde couplet verder: Jezus roept ons op om op weg te gaan en in de praktijk te brengen wat in het avondmaal gevierd wordt.

Jesus calls us in, sends us out
bearing fruit in a world of doubt,
gives us love to tell, bread to share.
God-Immanuel everywhere.


Melodie

Herkomst

Aan de melodie ligt het volksliedje uit Jamaica ten grondslag dat vandaag de dag bekend is met de beginregel ‘Carry me ackee go to Linstead market’. Stilistisch gezien hoort dit volksliedje tot de mento. Dat is een Jamaicaanse volksliedstijl, die wel gezien wordt als de ‘grootvader’ van de huidige reggaestijl. De mento-stijl bewaart elementen van de muziek van de Afrikaanse slaven. Hij kenmerkt zich onder meer door het gebruik van akoestische gitaren, banjo’s, handdrums en een specifiek Caraïbisch instrument: de marímbula (een soort duimpiano). De teksten handelen vaak over sociale wantoestanden uit het dagelijks leven, die niet zelden met een vleugje humor bezongen worden. In ‘Carry me ackee go to Linstead Market’ zingt een vrouw die tevergeefs op de markt in Linstead ackee’s (een Jamaicaanse vrucht) probeert te verkopen zodat zij eten voor haar kinderen kan kopen.
De vroegst bekende genoteerde bron voor de tekst en melodie dateert uit 1907, toen Walter Jekyll het lied opnam in de afdeling ‘dancing tunes’ van zijn boek Jamaican Song and Story:
In 1925 publiceerde de antropologe/etnomusicologe Heleen H. Roberts in het tijdschrift The Journal of American Folklore (vol. 38, nr. 148) een baanbrekende studie naar varianten van Jamaicaanse volksliederen. Ze reisde door Jamaica en op diverse plaatsen noteerde zij de tekst en melodie van het lied zoals dat daar gezongen werd. Zij presenteerde naast de versie van Jekyll twaalf verschillende varianten.
Bij veel melodieën uit haar studie constateerde Roberts dat de varianten ingrijpend van elkaar verschillen. Des te meer viel het haar op dat de melodievarianten van ‘Linstead market’ erg aan elkaar verwant waren. Daarom vermoedde zij dat het een vrij recente melodie betrof.
Dit is zeer goed mogelijk, temeer omdat in de decennia na haar studie de melodie zich verder ontwikkelde, waarbij op den duur versies ontstonden die aanzienlijk gingen afwijken van die uit Roberts’ studie. In die nieuwere versies zien we bijvoorbeeld de karakteristieke melodische wending e’-g’-c” verschijnen. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was de volgende versie (met diverse varianten) wijd verspreid:
Deze of een aanverwante versie heeft Doreen Potter bewerkt. Haar versie werd geplaatst bij het lied ‘Let us talents and tongues employ’ van Fred Kaan. Potters melodieversie werd binnen de christelijke wereld populair, wat onder meer blijkt uit het feit dat diverse lieddichters nieuwe teksten op de melodie maakte.

Analyse

Potter heeft de volksmelodie ritmisch geüniformeerd, waarbij de vier regels het volgende ritme kregen:
Het refrein herhaalt drie keer ritme a om vervolgens met ritme b te eindigen.
Melodisch gezien bewegen de regel 1 en 3, die identiek zijn, zich hoofdzakelijk boven de dominant g’ en de regels 2 en 4 daaronder. Regel 4 zet in met een herhaling van regel 2, maar in de tweede maat beweegt de melodie naar de grondtoon c’. De regels 5 en 6 bestaan grotendeels uit een sequens waarbij het motiefje van de eerste maat van het refrein herhaald wordt op de subdominanttoon f’ en de dominanttoon g’.
Opvallend is dat de meeste regels (2, 4, 5 en 6) zich uitsluitend in secunden bewegen, terwijl de regels 1 en 3 drie tertssprongen kennen plus een opwaartse kwartsprong, waarbij de grondtoon c” even aangeraakt wordt.
In het refrein stuwt de melodie naar het hoogtepunt in de slotmaat, waar zij eindigt op de grondtoon c”. Deze sequensmatige stijging kan beluisterd worden als een weergave van het ‘op weg gaan’ en het ‘uitzenden in de wereld’ waarover het laatste couplet spreekt en dat de kern van de liedtekst vormt.

Auteur: Jan Smelik