Zoek een persoon

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} personen getoond

Geen personen gevonden

Johannes Zwick


geboren: ±1496 te Konstanz
overleden: 23 oktober 1542 in Bischofszell (kanton Thurgau), Zwitserland

Bijdrage in het Liedboek

207         De trouw en goedheid van de Heer (t)

Leven en werk

Johannes Zwick, telg uit een patriciërsfamilie, begon in 1509 zijn rechtenstudie in Freiburg. In 1518 werd hij tot priester gewijd en in dat jaar vertrok hij samen met zijn broer Konrad naar Bologna in Italië om daar zijn rechtenstudie voort te zetten, die hij in 1520 in Siena afrondde met een doctoraat. Een jaar later werd hij hoogleraar in Basel, waar hij in aanraking kwam met het reformatorische gedachtegoed. In 1522 werd hij priester in Rüdlingen (kanton Schaffhausen, Zwitserland) als opvolger van zijn overleden oom. Omdat hij zich echter steeds meer ontpopte als aanhanger van de Reformatie, moest hij uit Rüdlingen vertrekken. Hij wordt pastor aan de St.-Stephan te Konstanz, waarbij vooral het pastoraat en de catechese zijn aandacht hadden.

Vanuit deze belangstelling begint Zwick ook met het schrijven van liederen. Zijn eerste bundel verschijnt in 1533/1534 te Zürich, maar daarvan is geen exemplaar overgeleverd. Van de tweede uitgave uit 1538 is één exemplaar gedeeltelijk bewaard, zij het zonder titelblad. De vermeerderde uitgave uit 1540 is wel volledig bewaard gebleven en draagt de titel Nüw gsanbüchle von vil schönen Psalmen und geistlichen liedern.

Opmerkelijk voor die tijd was dat Zwick in zijn bundel liederen opnam van zowel rooms-katholieken als protestanten. Zelfs van auteurs die volgens Zwick ‘ketters’ waren, werden liederen opgenomen.

In de voorrede op de bundel (Zu beschirm und erhaltung des ordentlichen Kirchen gesangs) bestrijdt Zwick de opvattingen van Zwingli dat het zingen van liederen in kerkdiensten niet gepast zou zijn. Met deze invloedrijke voorrede wist Zwick te voorkomen dat Zwingli’s standpunt ten aanzien van de kerkzang gemeengoed werd in het Duitse Baden-Württemberg en Zwitserland. Calvinisten hield hij voor dat men zich niet hoeft te beperken tot het zingen van berijmde bijbelpassages.

In 1523 werd Zwicks hulp ingeroepen in Bischofszell, een naburig dorp van Konstanz, waar de pest was uitgebroken die de plaatselijke pastor het leven had gekost. Zwick gaf gevolg aan de hulproep, maar viel in oktober zelf ten prooi aan de dodelijke ziekte.

Zwick schreef zo’n honderd kerkliederen, waarvan een aantal na zijn dood opgenomen werd in Christenlicher gantz Trostlicher underricht (Zürich 1540),  een bundel met preken, overdenkingen en liederen van Zwick, samengesteld door zijn vriend Ambrosius Blarer (1492-1564).

Auteur: Jan Smelik