Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

blz 1335 - Dat je de weg mag gaan die je goeddoet


Andries Govaart

Tekst

In deze toelichting wordt de betekenis nagegaan van:
- zegen ontvangen en geven;
- ‘mens worden’;
- de uitdrukking ‘in Gods ogen’;
- ‘vruchten plukken’;
Bovendien komt het omgaan met een zegen ter sprake.

1. Zegen ontvangen en geven

Deze reiszegen staat in de rubriek ‘levensreis’. Bij een reis hoort een weg en bij een weg past zeker het kiezen en ‘doen' van de goede weg en nog beter ‘een weg die jou goeddoet’ (regel 1).

Stel: je bent de ontvanger van deze zegen. Je neemt afscheid. Misschien ben je innig en stevig omhelsd en kon de ander jou loslaten en laten gaan en nawuiven. En kon jij loslaten. Je kreeg deze wens met werkzame woorden mee voor een ietwat onzekere toekomst. Als zegen-ontvanger heb je de reis goed voorbereid, maar niet totaal in regie. Je stelde je vooraf je weg voor ogen en die ‘mag’ je gaan (regel 3). Dat je vertrekt en op weg gaat, is je toegestaan door je zegen-gever, die jij achterlaat. Diegene voelt de bezorgdheid en de pijn van gemis, maar gunt je de reis ook. Gever en ontvanger raken, al dan niet voor een tijd, uit elkaars vizier.

Deze zegen klinkt inhoudelijk anders dan gebruikelijke uitdrukkingen als ‘het beste ermee’, ‘het ga je goed’, ’tot ziens’, ’laat je nog iets van je horen?’ Al deze goed bedoelde uitspraken willen tegelijk zo’n beetje het tegendeel bezweren: het kan ook niet goed gaan, je kunt je jezelf verliezen, er komt geen weerzien of een ander teken van leven.

Je krijgt behoedend te horen dat onderweg zijn je goed mag doen (regel 1), want het kan maar zo zijn dat je het halverwege de reis niet meer ziet zitten. Dan is er voor die zegen wel even werk aan de winkel in jou…
Goed beschouwd ziet de zegen-tekst je als een pelgrim. Een pelgrim heeft een doel, waarbij de reis van langere duur zelf ook het doel is. Je bent in het geding, bij alles wat je tegenkomt aan ontmoetingen, wederwaardigheden, weersomstandigheden, lijfelijk ongemak, mentale dips. Misschien val je wel, maar je kunt dan toch wel weer opstaan (regel 2). Hopelijk heb je veerkracht. Gaandeweg manifesteert je reis zich als een symbool voor je hele levensgang.

2. Mens worden

Is dat nodig: mens worden? Dat ben je toch al, mens? Ja, maar ben je uit één stuk, of eerder wankelmoedig, gejaagd, of misschien juist al te laks? Of fier en niet al te kwetsbaar? Wie weet, ben je vastgeroest in je levenspatroon. Of wat benauwd in je denkraam. Of weet je nog niet goed wat je met het jouw geschonken leven op dat moment aan moet.
Hopelijk ben je dan wel open voor bekrachtiging op de weg die je voor je hebt, en ben je in voor verandering van levenspatronen en denkramen.

Ken je het belang van het besef dat ‘de aarde je draagt’? (regel 5) Stop maar even met gaan, en sta daarbij stil, of liever: ga op de aarde zitten en kijk om je heen.
Of laaf je gemoed aan het geschenk van het licht van een nieuwe dag, bewolkt, of juist helder blauw. En schat de wind eens op zijn waarde (regel 5-7). Of denk verder door. Denk bij aarde aan de Schepper, bij licht aan Jezus als licht der wereld en bij wind aan de Heilige Geest van de goede vruchten. (Galaten 5,22)

Laat je hart ervan doordrongen zijn dat je mens mag worden (regel 3), dat wil zeggen wat vrijer, zelfstandiger, bloeiender, volwassener. Iemand.
- Iemand die gevoelens van verwondering laat zien om het geschonken leven, om mensen op je levensweg die om je geven en om wie jij geeft, om de geschonken aarde en natuur. Innerlijk evenwichtig.
- Iemand die emoties van verbijstering toont over onrecht en over wie of wat onheil spelt. Echt van streek vanwege kwaad.
- Iemand die van morele verplichting weet, en solidaire verantwoordelijkheid voelt voor wie zichzelf kwijt is, voor wie mentaal in de knoop zit, voor wie lijdt aan gebrek, of groot destructief onrecht te verduren heeft. Iemand die naar verantwoorde daden zoekt met het oog op klimaatverandering en geweldloosheid bijvoorbeeld. Delend. Tot en met vredelievend (regel 9).
- Iemand die een besef van verwachting kan uiten en tonen als een engel vol hoop: dat het ooit, eens (een beetje) goed komt, misschien pas voorbij je eigen levenstijd.

Dat alles kun je blijven leren, met vallen en opstaan, in een glimp opdoen en tonen op je levensreis. En zo leer je ook dwaalwegen onderscheiden en mijden.

3. In Gods ogen

De wens van de zegenbede is dat je leeft en beweegt zoals God het graag ziet, dus: ‘in Gods ogen’ (regel 3), in de dynamiek van pure goedheid, die zorg en aandacht uitstraalt, met ogen die boekdelen spreken en zeggen dat je hoe dan ook gewild bent als mens, en dat je dat aan jezelf (regel 3), aan God en anderen (regel 4) mag, kunt en wilt tonen. In alle bescheidenheid. De bedoeling is dat je die liefde leert vertegenwoordigen. Denkend aan Gods ogen, kun je weten dat de Eeuwige al vrede gaf en geeft, maar dat het onder ons nog vrede moet worden, die jij kunt laten zien, nastreven, in plaats van haat te zaaien. Dan eerst ben je mens, in de ogen van anderen en God.

4. Vruchten

Besef je dat je de vruchten van je leven ‘proeft’? (regel 8) Letterlijk, wandelend, onderweg: appels, en veel meer. Het gaat om de vruchten die je in je leven plukt, opraapt en geniet, maar zeker om vruchten van je leven: opvoeding, karaktervorming, relaties, vaardigheden, kennis, inzichten, wijsheid, beroep, omgaan met falen en ziekte, zelfaanvaarding, aanvaarding van anderen, liefde, geestelijke verworvenheden, kijk op het leven, op jouw leven met anderen, en vul maar aan. Die zegeningen registreer je misschien wel min of meer onbewust. Maar proef je ze ook? Proeven is ontvangen, rustig nuttigen, de smaak proberen vast te houden, kunnen danken. Het is zeker niet: verslinden, schrokken, snel doorslikken, volgende hap. Misschien moet je sommige levensvruchten eens onder woorden brengen voor jezelf of in een gesprek met een ander, en er onderweg (wandelend) je gedachten over laten gaan. Proeven heeft iets voorzichtigs. 

5. Zuinig op de zegen

Wees zuinig op deze zegen. Leef er wat langer mee. Bewaar hem voor ingrijpende momenten van afscheid, die als markeringspunt om een ritueel vragen. Een kus, een traan, gauw nog even iets lekkers toestoppen. Waarom dan niet ook deze mooie tekst gezegd of meegegeven? Eventueel met familie en vrienden erbij, mogelijk in een geloofsgemeenschap.
Je kind verlaat je huis om ergens anders te gaan wonen, en slaat zo een nieuwe weg in in haar of zijn leven. Iemand vertrekt om voor enkele maanden stage te lopen in Nieuw-Zeeland. Iemand verhuist naar een andere woonsituatie. Iemand gaat veertien dagen wandelen of fietsen om tot zichzelf te komen. Iemand gaat het Pieterpad wandelen of je mailt deze zegen aan iemand die onderweg is op de Jakobsweg naar Santiago de Compostela.

En dan nog iets, de tekst wil niet graag als een last op je nek zitten. Loop je in een letterlijk of figuurlijke storm en denk je meteen: o ja, ik moet de vruchten hiervan proeven en er vrede mee hebben. Ik moet wel genieten, hoor (alsof je dat al nooit deed).
Niet doen, zo denken. Zo (snel) werkt de reiszegen niet. Ze is duurzaam actief. De uitwerking neemt tijd.
Een levensreis vraagt wat de zegen betreft om geduld, om letting go. En om het tellen en vertellen van je zegeningen. Dat je gaat. Ontvankelijk. In vrede.

In weerwil van al deze toelichtende opmerkingen: er gaat niets boven de eenvoud van deze zegentekst zelf!

Auteur: Evert Jonker

De tekst kan ook gezongen worden. Zie daarvoor de bundel met verzamelde liederen van Andries Govaart, ‘De weg die je goeddoet’ (klik hier). Daar valt iets te lezen over het ontstaan van de tekst. Zie ook de uitleg van Liedboek 820 (Als op het einde van de weg).