Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

230 - Het eten staat op tafel klaar


Canon Getijden
Willem Vogel

Melodie

Dit lied, voorafgaand aan een maaltijd te zingen, is een uitdaging voor liedboekzangers: naast een uitdagende opgave om voorafgaand aan een maaltijd te zingen, was dit vast ook een uitdagende contrapuntopgave. Een canon, driestemmig, maar niet alle stemmen beginnen op dezelfde toon. Ook de volgorde waarin de deelnemers inzetten is voorgeschreven. Is dit een manier van onbevangen en vanzelfsprekend een canon zingen of misschien toch het uitvoeren van kunstmuziek? Willem Vogel heeft in ieder geval zijn best gedaan beide werelden met elkaar te verenigen.

Wie zichzelf strenge kaders oplegt, zal hier en daar concessies moeten doen. Ter ere van het contrapuntisch vernuft zijn een meeslepende melodielijn en een voortschrijdende harmonie opgeofferd. Kern van dit tafellied vormt de stijgende terts, gevolgd door een dalende kwart (a’-c”-g’ bij ‘staat op tafel klaar’), een motief dat in de uitvoering van deze canon welluidende samenklanken oplevert, een motief ook – helaas – dat weinig melodische zeggingskracht heeft. Vreemd eigenlijk: de stijgende kwart klinkt altijd vrolijk, energiek en opgewekt, maar hetzelfde interval dalend maakt een matte en kleurloze indruk.

Het jambische metrum van de tekst wordt door Vogel aan het begin van de eerste en tweede regel ritmisch doorbroken. Dat is een bewuste keuze geweest om de wijs op deze plekken vaart te geven en een al te voorspelbaar verloop van de melodie tegen te gaan. In de canon wordt bovendien op deze wijze voorkomen dat alle stemmen voortdurend in hetzelfde ritme zingen. Dat komt de levendigheid zeer ten goede.

De canon is niet bedoeld om enkele malen achtereen gezongen te worden; het slot en de opening passen gewoonweg niet aan elkaar. Als afsluiting van de canon blijven de sopranen en de mannen hun slottoon zingen totdat ook de alten de hunne bereikt hebben. Hoewel de maataanduiding doet vermoeden dat de kwartnoot de teleenheid is, stel ik toch een tempo voor dat de gehele maat als teleenheid heeft: zo rond de 50 maten per minuut.

De melodie van deze canon is ook te vinden bij ‘Daar is een plaats onder de zon’, een tekst van Tom Naastepad, als nr. 58 opgenomen in de bundel Het lied op onze lippen (Kampen 2003), de verzamelde liederen van deze dichter. Vreemd genoeg gaat het hier om een strofelied. Ten behoeve van het gebruik bij deze tekst stelt de componist zelfs voor enkele noten aan het slot te wijzigen als de melodie niet in canon wordt gezongen. Wat we overhouden is dan een matige melodie. Laat ik het positief formulieren: het lijkt me het beste de melodie exclusief te gebruiken voor de bij Liedboek 230 gegeven tekst.

Auteur: Christiaan Winter