Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

372 - De Heer heeft zijn volk gevoed


Antwoordpsalm
IWVL
Jan Valkestijn

Tekst

De tekst is Psalm 81,2.11.17 volgens de vertaling van de Intermonasteriële Werkgroep voor Liturgie (IWVL).


Melodie

Ontstaan en verspreiding

Componist van Liedboek 372 is de Haarlemse musicus Jan Valkestijn (1928-2017). Hij componeerde dit gezang voor opname in de bundel Wisselende Gezangen voor het Liturgisch Jaar (Amsterdam 1977). Deze beurtzang werd ook opgenomen in Gezangen voor Liturgie (1984/1996, Psalm 81) en Laus Deo (2000, blz. 566).
De tekst van het refrein is vanouds in de katholieke liturgie die van de intredezang (introïtus) ‘Cibavit eos ex adipe frumenti’ van Sacramentsdag, gevierd op de donderdag na zondag Trinitatis. Oorspronkelijk was dit gezang de introitus van pinkstermaandag en werd het van daar door Thomas van Aquino (±1225-1274) gekozen voor Sacramentsdag (Karl Gustav Fellerer, Geschichte der katholischen Kirchenmusik Vol. 1, Kassel 1972, blz. 273).

Analyse

Het bijzondere van dit gezang is dat ook zijn melodie door de componist in sterke mate geënt werd op haar gregoriaanse collega van Sacramentsdag. Zie het gregoriaanse origineel (uit Graduale Romanum, uitgave Solesmes 1974, blz. 377):
en vergelijk dit met de melodie van Liedboek 372:
Het woord ‘alleluia’ (vier keer) niet meegerekend en met weglating van de gregoriaanse versieringen zijn de beide melodieën verregaand aan elkaar gelijk. De ambitus van de Valkestijn-melodie is aanvankelijk die van een kwart (f’-bes’), welke in de derde regel wordt verbreed, eerst tot een kwint en vervolgens een sext (f’-d”). De lage d’ aan het begin van de eerste en aan het einde van de tweede regel zijn de niet-modale inzet en afsluiting van de muzikale zin. De melodie van het voorzangvers staat, zoals ook in de gregoriaanse versie, in de tweede gregoriaanse psalmtoon, en varieert lichtelijk de eerste regel van het refrein.
De metrische indeling (de maatstrepen) is wezensvreemd aan het gregoriaans. Deze is door de componist waarschijnlijk bedoeld als steun bij de zang, maar er zou bij het zingen eigenlijk geen rekening mee moeten worden gehouden en ‘over de maatstreep heen’ worden gezongen. Het stuk komt het meest tot zijn recht bij een ritmisch vrije declamatie van de tekst.

Auteur: Anton Vernooij