Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

727 - Voor alle heiligen in de heerlijkheid


Een eerste kennismaking

Dit lied behoort tot de classics op de dag van Allerheiligen, of wanneer wij in de gemeente gedenken wie ons in geloven zijn voorgegaan. De tekst van dit Engelse lied is van de hand van William Walsham How (1823-1897), anglicaans priester en later bisschop van het industriële Wakefield. Hij kreeg de bijnaam ‘bisschop van de armen’.
De tekst van het lied verscheen reeds in 1867 toen How nog als priester werkte in zijn geboortestreek op de grens van Engeland en Wales. Het verwoordt het leven als een strijd – en daarin is de tekst negentiende-eeuws van karakter – waarbij de overwinnaar de lauwerkrans wordt toegezegd. Ondanks de ridderlijke beeldspraak heeft het lied duidelijke poëtische kwaliteiten.
Aandacht moet er zeker ook zijn voor de melodie van Ralph Vaughan Williams (1872-1958). De belangstelling van deze grote componist voor het Engelse volkslied is niet alleen terug te vinden in zijn symfonieën en koorwerken, maar heeft ook invloed gehad op het kerklied. Hij werkte mee aan het English Hymnal uit 1906, bracht daarbij volksmelodieën in en van hem werden zeven eigen melodieën opgenomen. De melodie voor ‘For all the Saints’ heeft een fraaie melodische spanning, met als hoogtepunt de laatste regel. Wel is het van belang om het lied niet te snel te zingen, want dan gaat veel van de charme verloren. ‘In moderate time’ noteert de componist.

Auteur: Pieter Endedijk


For all the Saints who from their labours rest

William Walsham How
Willem Barnard
Ralph Vaughan Williams
Tune: SINE NOMINE

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

In dit gezang waarom het ons nu gaat vinden wij allerlei invloeden terug. Ontvankelijkheid voor de kleurige verbeelding van ridderschap en ridderdienst vinden we hier naast het apostolische gevoel voor discipline en toewijding. De Heer is hier een veldheer, een hertog, die de zijnen voorgaat als Arthur zijn ridders voorging en die ridders weer hun pages. Men zou de ‘heiligen’ van wie hier sprake is kunnen vergelijken met die ridders: zij hebben hun dienst verricht, hun eed gestand gedaan.

Wie nu nog in de strijd verwikkeld zijn, zich sterkend aan hun voorbeeld, volgen hen na als de schildknaap van weleer die op zijn beurt moet bewijzen, de ridderdienst waardig te kunnen volbrengen. Ietwat onvriendelijk zou men kunnen zeggen, dat For all the Saints iets te veel heeft van victoriaanse kerkramen en van illustraties bij Tennysons Idylls of the king.

Maar anderzijds, juist dat in deze vormen toch een reeks echt christelijke beelden wordt doorgegeven kan ook de bijbellezer van een latere tijd, die op zijn manier ook weer schriftgetrouw wil zijn, ermee, verzoenen. Militia Christi is een eerlijke term.

De kroon, de krans wordt aan de overwinnaar toegezegd, zo ziet ook de apostel het. En de rots, de burcht, staat van oudsher als beeld voor de Heer. De trompetten weerklinken ook in de bijbel. En de paarlen poorten, waar in de grote dageraad alle gezegenden van heinde en ver door binnengaan, the gates of pearl uit de Engelse tekst, staan in het visioen van het nieuwe Jeruzalem, Openbaring 21,21.

Helaas staan ze niet in de Nederlandse vertaling, niet in die van Kees Boeke (‘Hervormde Bundel 1938’, gezang 122), maar ook niet in die van Willem Barnard. Slecht is de nieuwe vertaling niet, zelfs nogal goed, literair beter dan de vorige, maar zij mist de ontwapenende amateuristische toon die zich juist als vertaling van bisschop Hows werk (hijzelf een oprechte amateur en geen tot dichter geslagene) zo overtuigend zou voordoen…

Hows lied heeft iets van een toernooiveld, meer dan van slagveld of arena waar de strijd alle ridderlijkheid verloren heeft. Maar op de achtergrond van dat iets te kleurige toernooiveld rijzen toch onmiskenbaar de contouren van het gouden Jeruzalem, Urbs Sion aurea. En William Blake moge vervoerender en beeldender gezongen hebben van Jeruzalem in een land dat door dark satanic mills werd ontluisterd (ik doel op zijn onvertaalbaar gedicht Jerusalem met dat grandioze begin:

And did those feet in ancient time
walk upon England’s mountains green

het staat in Engelse gezangenboeken!), – het lied van William Walsham How vergoedt wat het aan poëtische kracht in vergelijking daarmee inboet door zijn geschiktheid om gezongen te worden waar een gemeente in rouw bijeen is. Daar is het – voor mij vooral op de wijs van Everard Hulton (1845-1922; ‘Hervormde Bundel 1938’, gezang 122) – verwarmend, ontroerend en ter zake.

Behalve in de ‘Hervormde Bundel 1938’, zoals gezegd in de vertaling van Kees Boeke, kwam het lied in mijn vertaling al voor in de Gereformeerde bundel Honderdnegentien gezangen (gezang 111) evenals nu in het Liedboek met de melodie van Ralph Vaughan Williams.

Wat betreft bijbelplaatsen kan verwezen worden naar: 1 Korintiërs 9,24-27, 2 Timoteüs 2,5, 2 Korintiërs 10,4 en vooral Efeziërs 6,10-17. Van de zijde van de vijand: grof geschut, anonieme wapens van veraf, brandende pijlen! Van de zijde der gelovigen: de persoonlijke inzet.

Auteur: Willem Barnard


Melodie

Wanneer wij de melodie SINE NOMINE van Vaughan Williams vergelijken met die van Hulton uit de ‘Hervormde Bundel 1938’ (gezang 122), blijkt de laatste erg stijf te zijn qua ritme, zodat de tekst ook stijf ingeklemd ligt in dit ritmische schema (dat sequensmatig is opgebouwd, zowel in melodie A als B). De toegevoegde derde melodie van Joseph Barnby (1838-1896) is al niet beter, eerder banaler (tweede en vierde regel!), terwijl ook het slot van regel 1 een zwijmelende werking heeft (Vorhalt of vertraging). De melodie van Vaughan Williams betekent een grote verbetering. Prachtig is de inzet. Elke regel begint ritmisch weer anders. Hoe soepel ligt de (engelse) tekst op de muziek! Maar ook van de nieuwe vertaling kan dat gezegd worden. Let er op, hoe het melodische verloop zich beweegt van d” omlaag naar g’ en van d’ weer omhoog naar het eerste rustpunt b’; hoe de tweede regel zich in het algemeen omlaag beweegt naar het tweede rustpunt d’. Dan springt van hier de derde regel omhoog naar g’ en d”, met als voorlaatste rustpunt a’, om in het eerste ‘Halleluja!’ als hoogtepunt e” te bereiken (komt slechts éénmaal voor!). Ten slotte valt de melodie terug van d” naar de tonica g’; het tweede ‘Halleluja!’ bekrachtigt dat slot. In moderate time! - te snel gezongen verliest deze melodie haar grandeur.

Auteur: Adriaan C. Schuurman


Media

Uitvoerenden: Jongenskoor Dalfsen o.l.v. Henk Ophoff; David de Jong, orgel (strofen 1, 2, 4, 10)