Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

642 - Ik zeg het allen, dat Hij leeft


Ich dag es jedem, dass er lebt

Novalis
Ad den Besten
Johann Crüger
Nun danket all und bringet Ehr

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

Dit is het negende van NovalisGeistliche Lieder (1802). De dichter heeft het waarschijnlijk in het voorjaar van 1800 geschreven, toen hij zich zeer bezighield met het werk van de zeventiende eeuwse schoenmaker-mysticus Jakob Böhme (1575-1624). Gedachten van deze profeet van de Morgenröte im Aufgang, vinden we met name in de strofen 2 tot en met 4 terug.

Het lied Ich sag es jedem, dass er lebt is van een sterke, edele blijdschap. Weinig paasliederen zijn mij persoonlijk zo dierbaar als dit. In Christus’ opstanding krijgen wij mensen als het ware de hele, ons soms zo zinloos schijnende werkelijkheid uit de dood terug als ons eigenlijke vaderland. De aarde heeft weer paradijselijke trekken. Wij mogen er een nieuw, onbedorven leven vieren, als Adam en Eva in den beginne. Nee, het is nog niet helemaal zo ver. Novalis is geen wereldvreemde dweper. Er zijn nog donkere wegen te gaan, maar waar wij ook gaan of staan, - overal straalt ons Christus’ toekomst tegemoet. Daarom - en dat vind ik het ontroerendste van dit lied – daarom heeft álles toekomst wat wij doen met het oog op de Heer. Dit, deze stellige verkondiging dat het leven zin heeft, omdat er een eeuwig overwicht van licht over de duisternis is, – dit is het, wat Novalis’ paaslied mijns inziens maakt tot een typisch lied voor onze tijd.

Auteur: Ad den Besten


Melodie

De melodie van Paul Gerhardts tekst Nun danket all und bringet Ehr, door Johann Crüger in 1653 gepubliceerd in zijn Praxis pietatis melica, komt niet minder dan drie keer (telkens als leenmelodie) in het Liedboek voor: bij de liederen 273, 642 en 751. Crüger was zeer vertrouwd met het Geneefse Psalter en liet zich bij het schrijven van nieuwe melodieën er vaak door inspireren. Dat is ook het geval bij de wijs van Nun danket all. Ze blijkt sterk verwant te zijn met de zangwijs voor de Psalm 118. Regel 1 en 2 kunnen als bekorting worden gezien van de eerste twee regels van die melodie. Wellicht is Psalm 89 (Genève 1562) naar aanleiding van Psalm 118 gemaakt; regel 1 en 2 van Nun danket zijn vrijwel identiek met de eerste regel van Psalm 89. Het vervolg heeft veel weg van een compilatie van psalmregels: regel 3 van Nun danket lijkt op regel 1 van de Lofzang van Simeon (Liedboek 159a), terwijl de slotregel van Crüger (op de lengte van de eerste noot na) identiek is met regel 6 van Psalm 97, zoals Walter Blankenburg heeft opgemerkt. Niettemin: een juweel van een melodie, waarbij ook nog de zangwijs vergeleken moet worden van Liedboek 869, Sei Lob und Ehr dem höchsten Gut.

Auteur: Adriaan C. Schuurman


Media

Uitvoerenden: Martinicantorij Sneek o.l.v. Gerben van der Veen; Dirk Donker, orgel (bron: KRO-NCRV)