Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

297 - Kom tot ons, God


Drempelgebed
Sytze de Vries
Christiaan Winter

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Commentaar bij Zingend Geloven 8’ en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.  

Het begin van een kerkdienst zet nogal eens de toon, met name in gekleurde tijden, zoals de Advent. Wanneer bepaalde woorden weer opnieuw klinken, weten we ‘hoe laat het is’.
Dit drempelgebed is geschreven voor de Amsterdamse Oude Kerk; de cantor fungeert als de voorbidder, en hij wordt daarbij aangevuld en versterkt door de cantorij. In de praktijk van de Oude Kerk werd dit gebed al binnenlopend gezongen als een intrede, maar dat is uiteraard geen voorwaarde. De gemeente reageert met een vaste acclamatie: ‘Kom tot ons, God, wek op uw kracht!’ Deze woorden zijn ontleend aan de openingszin van de aloude collectagebeden voor de adventstijd, naar het Missale Romanum: ‘Wek op uw macht!’ Deze aanhef is ontleend aan de woorden, waarmee Psalm 80 opent (ook alweer zo’n adventspsalm!). Daar wordt God gevraagd zijn kracht in werking te stellen, te laten ‘ontwaken’ om zijn kinderen te bevrijden. Want dat is het hart van deze tijd: het verlangend uitzien naar bevrijding.
In dit gebed wordt dat uitgewerkt en ingevuld met de werkwoorden ‘adem scheppen’, ‘genezen’, ‘dragen’, ‘voorgaan’, ‘bouwen’, ‘doen wonen’. Daarmee wordt als het ware een route van uittocht, doortocht en intocht voorgesteld.


Melodie

In acht noten beeldt het refrein uit waar het in deze tekst over gaat: eerst de dalende beweging bij de deemoedige bede aan God om zich naar zijn mensen toe te neigen. Het vraagteken van de bescheiden vraag wordt verklankt in de stijgende kwart d’-g’ (‘ons-God’). Vervolgens de ‘gebiedende wijs’ f’-a’-bes’-c”, de eeuwige roep om een sterke leider. De refreinmelodie is reeds verwerkt in de didactische opzet van het begin van dit drempelgebed.
De voorzangverzen (zie de kooruitgave bij het Liedboek) zijn gemaakt op twee elkaar afwisselende melodieformules, de eerste cirkelend rond de g’ en eindigend op een dominanttoon, de tweede met een schijnbaar gelijke, één toon hogere formule, maar eindigend op de tonica f’.
Het refrein houdt, omdat zowel de eerste als de tweede helft eindigen op een dominanttoon, de muzikale spanning voortdurend vast. Pas aan het slot (‘Amen’) ontspant de melodie zich en komt tot rust op de grondtoon. In de uitvoering van dit drempelgebed is het belangrijk dat het refrein steeds op tijd wordt ingezet. Het in de Advent veelvuldig klinkende ‘et noli tardare’ krijgt zo een muzikale vertaling.