Zoek een lied

{{ filtered.length }} van {{ totalItems}} liederen getoond

Geen liederen of gedichten gevonden

654 - Zing nu de Heer, stem allen in


Ad den Besten
Neurenberg 1523
Nun freut euch, lieben Christen gmein

Tekst

Deze toelichting is overgenomen uit ‘Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken’ (Amsterdam 1977) en wordt tijdelijk op deze site geplaatst. Deze tekst wordt vervangen als er een definitieve toelichting beschikbaar is.

Mijn keuze van de melodie en de eerste regels van de tekst maken al min of meer duidelijk, dat ik dit lied heb gedicht als contrafact van Luthers Nun freut euch, lieben Christen gmein (Liedboek voor de kerken, gezang 402). Evenals in Luthers lied wordt de ‘geschiedenis’ van de relatie tussen God en mens verteld. Met dit verschil echter, dat de reformator een uiterst persoonlijk verhaal doet – Nun freut euch is veruit het subjectiefste van al zijn liederen, zo niet zijn enige subjectieve lied – terwijl het in mijn tekst heel objectief gaat over ons mensen in het algemeen, over ‘het menselijk geslacht’ (strofe 1).
God heeft de mensen voor het licht bestemd, maar zij hebben ‘de duisternis liever gehad dan het licht’ (Johannes 3,19), – dat is het thema van dit lied. Het staat geheel in het teken van het antagonisme tussen licht en duisternis, dag en nacht, leven en dood. Al drongen zich óók andere beelden aan mij op, ter uitdrukking van de kwade kans voor ons mensen, dat wij zouden verwerpen wat goed voor ons is.
Niettemin is het lied allermeest een lofzang. Het bezingt het licht, dat, ondanks ons voortdurend opteren voor de duisternis, in Jezus Christus ons is opgegaan. Daarom is het vooral een lied voor de kersttijd. Maar ik geloof dat het, afgezien daarvan, goed zou kunnen functioneren in ieder verband van lezingen en prediking, waarin de bijbelplaatsen, waarop overduidelijk wordt gezinspeeld, aan de orde zijn.
Het is overigens het lied waarmee mijn dichtbundel Loflied voor tegenstem (Baarn 1965) opent en het draagt daar de titel ‘Een lied van licht en duister’.

Auteur: Ad den Besten

NB.: In de eerste drukken van het Liedboek staat in de zesde regel van strofe 4 een drukfout. Deze regel moet luiden: ‘het licht dat Jezus Christus is’.


Melodie

Was Luthers tekst Nun freut euch lieben christen g’mein / und lasst uns fröhlich springen oorspronkelijk bij een andere melodie ondergebracht (namelijk. van Es ist das Heil uns kommen her’, zie Liedboek 966), – al sedert het Achtliederbuch van 1523 is hij met de melodie verbonden, die ook in deze bundel staat aangegeven. Die behoort tot de melodieën van de ‘Wittenberger kring’, en past voortreffelijk bij Luthers tekst met zijn zevenregelige strofen. De hervormer heeft haar waarschijnlijk door vereenvoudiging van een volkslied uit de 15de eeuw verkregen.

Onder de liederen van de Wittenberger kring neemt dit wel een zeer eigen plaats in, omdat het met zijn Barvorm (in een al duidelijk in grote terts gedachte toonaard) op moderne wijze een verkondigende, tekstondersteunende functie vervult. Dat blijkt uit een vergelijking van de innerlijke structuur van deze melodie met de oorspronkelijke tekst, – uit haar zwaarte- en hoogtepunten precies op saillante tekstgedeelten, uit haar steile en moderne kwartensprongen op de woorden fröhlich springen, die als het ware de toonruimte aftasten en enerzijds een eigen muzikale wil tonen, anderzijds ook in de reflectie op de tekst (het trapsgewijze voortschrijden, de rustig bewegende bogen, enzovoort) de woorden op frappante wijze dienen. De in tegengestelde richting stuwende krachten worden samengebonden door statische overeenkomsten (bijvoorbeeld de noten 5 en 11, 6 en 8, 30 en 32, 38 en 40), waarbij we zien dat de slotregel van het lied niet anders is dan een weer opnemen van de beginregel: de explosieve dynamiek van de fanfare der beginnoten wordt daardoor bedwongen in een verrassende afronding van het geheel, die onder de oppervlakte doorwerkt. Alles in deze melodie is organisch opgebouwd, en terecht sprak Hans Joachim Moser dan ook van een ‘welgevormd klein meesterwerk der melodiekunst’.

Auteur: Willem Mudde


Media

Uitvoerenden: Magister Cantat Schiedam o.l.v. Arie Eikelboom; Ben Feij, orgel (strofen 1, 2, 4, 6) (bron: KRO-NCRV)